Een Dramatische Wandeling

Samen met Staatsbosbeheer organiseerde Society of Play een workshopmiddag rondom play, game en landschapsbeleving. Met landschapsarchitect Paul Roncken verzorgde ik een masterclass rondom het verhalend landschap. Een wandeling over het landgoed van Kasteel Groeneveld in Baarn aan de hand van 8 Basisconflicten.

De dialectische benadering van het verhaal, zoals onder meer beschreven in het werk van Twijnstra et al (1988, dramatiseren) gaat uit van het verstoren van een status quo; de handeling wordt bekeken vanuit de clash van twee conflicterende krachten binnen de situatie. Het meest bekende voorbeeld is ‘A stranger rides in town’, waarbij de stabiliteit  wordt verstoord door de komst van een nieuw personage.
Twijnstra et al hebben de meest voorkomende conflicten gerubriceerd in een lijstje van 8 basisconflicten. Deze basisconflicten bieden een perspectief van waar uit we naar een verhaal kunnen kijken en, in de  storyline alignment benadering, naar dagelijkse situaties, strategische vraagstukken of, zoals we deden in deze masterclass, naar een landschap.

Door deelnemers aan de masterclass te wijzen op de aanwezige contrasten in het landschap probeerden we het wandelen over de aangelegde paden te voorzien van een avontuurlijk tintje. Waar Paul Roncken attendeerde op typische ontwerpkeuzes in het park, de historische achtergronden ervan en de architectonische principes, prikkelde ik de verbeelding door op diverse plekken een contrast in het landschap te bekijken vanuit een basisconflict en te voorzien van een kort verhaal.

Zo had de plek waar zich de moestuin, boomgaard en volkstuintjes bevonden een twee meter hoge, strakke haag die op sommige plekken onderbroken werd zodat er uitzicht was op het, veel minder gecultiveerde, bos. Vanuit het ‘cultuur vs natuur’ conflict lag het verhaal van een langzaam oprukkend bos dat de tuin uiteindelijk overwoekert – in weerwil van de inspanningen van de tuinlieden – voor de hand.
De volkstuintjes zelf gaven ook aanleiding voor  drama toen één van de deelnemers wees op een hoop schroot dat tussen de keurig aangeharkte tuintjes lag. In dit verhaal vanuit ‘chaos vs orde’ gingen buren met elkaar op de vuist omdat de ene helft van de buurt weigerde zijn tuintje netjes bij te houden.
Een bijgebouw met een klein raampje dat uitkeek op de ommuurde boomgaard riep het beeld op van iemand die elke dag vol verlangen naar de wereld keek maar nooit naar buiten kwam; zeg maar een pathologisch gevalletje ‘binnenwereld vs buitenwereld’.

Dit personage, een jongedame, namen we mee op onze wandeling. Zij bleek de dochter te zijn van de landheer en voorbestemd om te trouwen en te wonen op het kasteel dat voor ons lag.  Ze tartte echter alle regels, lag dwars en we vonden het kleine poortje waardoor zij op zekere nacht wist te ontsnappen. De hele hofhouding sprak er schande van (‘individu vs maatschappij’).
We liepen verder en aan de overkant van een water zagen we een eiland met een paar hoge, oude bomen; de Wijze Wachters met hun kennis van eeuwen die onze heldin vertelde dat niemand de eigen bestemming kan ontlopen en haar waarschuwden voor de gevaren van de weg. Maar zij had heel andere plannen (‘verleden vs toekomst’) en vervolgde haar reis. We liepen door de Engelse landschapstuin en Paul vertelde hoe de glooiende paden bedoeld zijn om de wandelende geest tot rust te brengen.  De paden gaven duidelijk de richting aan, maar onze jonkvrouw werd gelokt door een stem uit het kreupelhout dat er  ontoegankelijk uit zag en daardoor des te verleidelijker (‘passie vs rede’). Het meisje werd  aan ons zicht onttrokken en dat was misschien wel beter, want zo bleef ons bespaard hoe de wilde van het woud – een faun, sater, wolf wellicht – die haar eerst had verleid het pad te verlaten, haar vervolgens verslond, vernederde of anderszins onteerde.

We vonden haar terug aan de oever van een, volgens Paul, nogal saai meertje. Ze was duidelijk aangeslagen en had hulp nodig. Uit het stille meer, zo stelde we ons voor, zou een figuur – een kikker, een petemoei of een doorschijnende heer – kunnen verrijzen die haar een opdracht zou geven waarmee ze zichzelf kon herstellen. Het  saaie vennetje bleek een magische plek. (‘schijn vs werkelijkheid’).
Aldus bemoedigt beklom ze een heuveltje – en wij volgde haar nu het pad af – waar twee grote dode bomen stonden, schaduwen van de Wijze Wachters van het Eiland. Duidelijk was dat zich hier een ramp van bovennatuurlijke orde (de bliksem dus) had voorgedaan. De nacht viel, de storm kwam of de wereld schudde en door dapperheid en andere deugden, ontving het meisje een goddelijke vonk die haar bevrijdde van alle schande en ontbering (‘goddelijk vs animaal’); zij was de weg van de mythe gegaan,  volwassen geworden en klaar om haar rol in de wereld te vervullen.
En kijk: door de bomen heen zagen we het kasteel alweer, want zoals altijd bij de mythische reis is de thuiskomst het ultieme einddoel.

Wandelend terug naar het kasteel vertelde Paul ons hoe ten tijde van de verlichting het parken werden ontworpen aan de hand van metaforen en contrasten. Hoe tijdens de nachtelijke partijen aan het hof van Lodewijk de XIV (een zelf uitgeroepen god, nietwaar) de gasten hun dionysische lusten botvierden, tussen de strakke lanen van Versailles, in speciaal daarvoor ontworpen bosschages en priëlen. Hoe er een tijd was, dus, waarin het verhaal een plek had in het landschap. Een verloren kunst wellicht maar met enige verbeelding ook nu nog te beleven.

Binnenkort in uw omgeving of organisatie.

 

#masterclass#storyline alignment

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *